Beleidsplan

Klik hier voor download beleidsplan 2020-2022 of lees hieronder verder.

BELEIDSPLAN 2020 -2022

STICHTING WOORD EN GEBAAR

1. Waarom een stichting?

Aanleiding voor het oprichten van de Stichting Woord en Gebaar (oprichtingsdatum 17 maart 1995) was het wegvallen van de toenmalige uitgever van het tijdschrift Woord en Gebaar. Met het onderbrengen van het blad in een stichting kreeg het tijdschrift een onafhankelijke status en konden zaken rondom het blad beter worden gecoördineerd.

2. Missie

Veel tijdschriften en kranten zijn voor met name mensen die doof zijn geboren of die doof zijn geworden voordat de ontwikkeling van de gesproken taal op gang is gekomen, door het gebruik van ingewikkelde zinnen en moeilijke woorden slecht toegankelijk. De informatie komt niet duidelijk over. En ook gesproken informatie is voor doven niet toegankelijk wanneer er niet wordt getolkt (radio, niet ondertitelde tv-programma’s, cabaret en toneelvoorstellingen, Nederlandse films, het commentaar bij het bezoeken van sportwedstrijden, e.d.). Het is daarom van groot belang om het lezen te stimuleren en om alternatieve vormen van informatie- en cultuuroverdracht te creëren.

Onder ‘auditief beperkt’ wordt verstaan : iemand die doof of slechthorend is. Er zijn veel gradaties van doofheid en slechthorendheid. De definitie in Nederland van ‘doof’ is iemand met een gehoorverlies van 90 dB. Leren praten niet gemakkelijk voor iemand die doof is geboren of doof is geworden voordat de ontwikkeling van de gesproken taal op gang is gekomen (prelinguaal doof), omdat zij de klanken niet horen. Daarnaast is er een grote groep mensen die op latere leeftijd geleidelijk of plotseling doof is geworden (postlinguaal), bijv. door ziekte, als gevolg van vuurwerk, een ongeluk, e.d.

Stichting Woord en Gebaar c.q. het tijdschrift Woord en Gebaar richt zich vooral op ‘doof’, de ‘dovengemeenschap’ en zwaar slechthorenden; daarnaast is er ook aandacht voor andere doelgroepen die in relatie staan tot de dovengemeenschap, of gebruik maken van Nederlandse Gebarentaal (NGT) of Nederlands met ondersteunende gebaren[1] (NmG).

Stichting Woord en Gebaar zet zich in voor:

  • Het bevorderen van het lezen door dove mensen;
  • Het in begrijpelijke taal informeren van dove personen van wat er speelt in de maatschappij en op welke manier dit een relatie heeft met of betrokken kan worden bij de dovengemeenschap;
  • Het bevorderen en versterken van de emancipatie van doven en (zwaar) slechthorenden;
  • Het vergroten van het (sociale) netwerk tussen dove mensen onderling en tussen dove en (slecht)horende mensen;
  • Een inclusieve samenleving, meer bewustwording van de dovengemeenschap binnen de horende wereld;
  • Het meer zichtbaar maken van gebarentaal voor de horende gemeenschap;
  • Erkenning van de Nederlandse Gebarentaal als officiële taal;
  • Het stimuleren en motiveren van doven om andere mensen te interviewen;
  • Het stimuleren en motiveren van dove mensen om hun verhalen te vertellen;
  • Het stimuleren en motiveren van doven om artikelen te schrijven;
  • Het versterken van het zelfvertrouwen van dove medewerkers in eigen kunnen;
  • Het behoud van het blad Woord en Gebaar als een belangrijk cultureel erfgoed voor de dovengemeenschap.

3. Visie

In een ideale wereld is het gebruik van gebarentaal vanzelfsprekend. Voor mensen met een auditieve beperking is er een informatief en goed leesbaar tijdschrift beschikbaar (B1 taalniveau). Door de toename en het gebruik van NmG is de doelgroep aanzienlijk groter geworden. In Nederland hebben ruim 1 miljoen mensen een auditieve beperking, variërend van licht slechthorend tot volledig doof, inclusief de mensen met een meervoudig zintuigelijke beperking.

De dovengemeenschap is niet alleen doof, zij is meer dan dat. Het is een gemeenschap met een eigen cultuur, een eigen taal, een eigen geschiedenis. Door het vergroten van kennis over doven en (zwaar) slechthorenden, zowel onder auditief beperkten als onder niet-auditief beperkten, kan ‘onbegrip’ en ‘onbekendheid’ weggenomen worden, evenals onbewuste barrières bij werkgevers, en wordt de kans op arbeid vergroot.

4. Doelstelling stichting

De Stichting Woord en Gebaar heeft ten doel:

  • Het uitgeven van een in begrijpelijk Nederlands geschreven en door mooi beeldmateriaal ondersteund onafhankelijk, kwalitatief, opiniërend en informatief tijdschrift over de Nederlandse en de internationale dovengemeenschap in al haar verschijningsvormen;
  • Het bereiken van (slecht)horende personen en instanties die (nog) geen relatie hebben met de dove en slechthorende gemeenschap en hen op een positieve manier kennis te laten maken met Dovencultuur, met respect voor verschillen;
  • Te laten zien aan niet-doven, maar ook aan slechthorenden en aan doven zelf, hoe divers de dovengemeenschap is;
  • Het behoud van het blad Woord en Gebaar (W en G) als een belangrijk cultureel erfgoed voor de dovengemeenschap.

5. Ambities en strategie

  • Door een blad aan te bieden met interessante onderwerpen, waarin Dovencultuur centraal staat, waarin artikelen in begrijpelijke taal worden geschreven en door mooi beeldmateriaal worden ondersteund, worden doven gemotiveerd om te lezen, hun leesvaardigheid in het Nederlands te ontwikkelen en worden zij geprikkeld om te gaan zoeken naar meer informatie c.q. meer te lezen over het betreffende onderwerp. Het blad W en G – samengesteld en vooral geschreven door doven zelf – laat de empowerment van de dove community zien, van doven in Nederland maar ook in het buitenland. Dat is belangrijk voor de dovengemeenschap zelf én voor de horende gemeenschap;
  • Door te stimuleren dat dove en slechthorende mensen zich inzetten als journalist voor het blad Woord en Gebaar, kan dit dove jongeren motiveren om ook te gaan schrijven;
  • Met het periodiek uit te geven blad W en G streven wij de navolgende doelen na:
    • Het in stand houden van een onafhankelijk, kwalitatief hoogwaardig tijdschrift met interessante onderwerpen voor dove en slechthorende mensen enerzijds en anderzijds de horende gemeenschap die hetzij door familiebanden, vriendschap, werk, hobby of anderszins binding of voeling hebben met dove mensen en hun leefwereld en voor mensen die nieuwsgierig zijn naar deze (onze) gemeenschap;
    • voor het grootste deel dove mensen. Zij vervullen hiermee een voorbeeldrol. Dove rolmodellen – jongeren en (jong) volwassenen – zijn belangrijk voor de dove jeugd. Zowel doven als horenden moeten vertrouwd raken met het beeld dat ook dove mensen artikelen en columns schrijven (er heerst nog veel onwetendheid, vooroordeel en misverstand);
  • Aan de hand van een- of tweejaarlijks(e) terugkerende activiteit(en) wordt gewerkt aan zowel de versterking van ambities en zelfvertrouwen van doven en zwaar slechthorenden als aan informatievoorziening aan iedereen:
    • De jaarlijkse Nationale LeesVertelwedstrijd voor dove en zwaar slechthorende kinderen van 10 t/m 13 jaar, die in 2019 haar 22ste editie beleefde. Middels het project ‘De Nationale LeesVertelwedstrijd’ wordt de vertelkunst in gebarentaal gestimuleerd en laten wij zien hoe talentvol dove kinderen zijn in het vertellen van verhalen in de Nederlandse Gebarentaal;
    • Fotowedstrijden. Het streven is dit uiteindelijk tot een jaarlijks evenement te laten uitgroeien, maar vooralsnog tweejaarlijks;
    • Deelnemen aan de lobby om de Nederlandse Gebarentaal officieel erkend te krijgen;
    • Organiseren van een tweejaarlijks symposium, debat of een culturele bijeenkomst.
    • [Wanneer het lukt om voldoende financiën te vinden willen wij de fotowedstrijd en het symposium structureel maken. Jaarlijks de LeesVertelwedstrijd, aangevuld met het ene jaar een fotowedstrijd en het andere jaar een symposium.]
  • Vergroten lezersbestand van het blad W en G. Door het huidige ledenbestand te verdubbelen in drie á vier jaar (van 950 betalende abonnees naar 2000) wordt een gezonde financiële basis gelegd voor toekomstige evenementen. De verdubbeling komt o.a. door een ‘member get member’ actie, aflopende proefabonnementen, die deels wel verlengd gaan worden doordat de abonnee de smaak te pakken heeft;
  • Een inhoudelijk verbeterde en meer gebruiksvriendelijke website met mogelijkheid voor bewegende beelden. Dit levert een groter bereik op onder de dove doelgroep (ook onder doven die naast een auditieve ook een ernstige visuele beperking hebben) en ook meer betrokkenheid. Daarnaast zorgen bewegende beelden er ook voor dat niet-doven kennis maken met gebarentaal. Het maakt de website Woordengebaar.nl bovendien interessanter voor potentiele adverteerders;
  • Het toegankelijk maken van het tijdschrift Woord en Gebaar voor doven en slechthorenden met een ernstige visuele beperking;
  • Er wordt een structuur (planning en team) opgezet voor het frequent aanwezig zijn op Facebook, Twitter, Instagram en mogelijk Pinterest;

Financiën

Om voornoemde ambities en activiteiten te kunnen organiseren en realiseren zal de stichting actief op zoek gaan naar sponsoren, adverteerders, donateurs, fondsen en stichtingen die de activiteiten van zowel de stichting als het blad Woord en Gebaar willen ondersteunen met een financiële bijdrage of anderszins.

Met de aanvraag voor een ANBI status (en culturele ANBI status) wordt het fiscaal aantrekkelijker giften te geven aan Stichting W en G. Dat biedt weer (meer) mogelijkheden de saamhorigheid onder doven te vergroten, maar ook een brug te slaan naar de ‘horende’ wereld (tweerichting verkeer).

Zodra de ANBI-status is verleend plaatsen wij dat op onze website en in het colofon van het blad.

In onze statuten is opgenomen dat bij het besluit tot ontbinding van Stichting Woord en Gebaar tevens de bestemming van een eventueel batig saldo zal worden aangegeven. Dit batig saldo zal volledig ten goede komen aan een bestemming dat zoveel mogelijk aansluit bij het doel van de stichting.

6. Samenwerking

Door meer op de voorgrond te treden, willen wij de inhoud van het blad en acties van de stichting onder de aandacht brengen van zoveel mogelijk dove, slechthorende en horende mensen. Ook kan/zal W en G zelf vaker ‘leading’ zijn bij initiatieven ten behoeve van de auditieve doelgroep. De stichting streeft ernaar om de contacten met andere organisaties van en voor doven en (zwaar) slechthorenden te verstevigen, bijvoorbeeld het gezamenlijk lobbyen voor meer/een betere ondertiteling op tv en van Nederlands gesproken films. Motto hierbij is ‘Samen staan we sterker’. Tevens wordt het blad onder de aandacht gebracht van en/of wordt intensievere samenwerking gezocht met het bedrijfsleven, studies taalwetenschappen en tolkenopleidingen, taalorganisaties, audiologische centra en audiciens, scholen, en overige relevante partijen. Zij zijn eveneens gebaat bij een onafhankelijk informatief blad specifiek gericht op doven en (zwaar) slechthorenden.

7. Aanpak en (meetbare) effecten 2020 (zie het Activiteitenplan voor een toelichting)

  • Aanvraag ANBI /culturele ANBI status;
  • Uitgeven van het tijdschrift Woord en Gebaar (zes nummers, evt. extra jubileumnummer);
  • Een ‘heidag’ voor alle medewerkers aan het blad Woord en Gebaar en bestuur;
  • Uitrollen vernieuwde website https://woordengebaar.nl/;
  • Woord en Gebaar is toegankelijk voor mensen met een visuele beperking;
  • Maart 2020: Start fotowedstrijd i.h.k. van 40-jarig jubileum van het blad Woord en Gebaar;
  • Zaterdag 18 April 2020: 23ste editie van de finale Nationale LeesVertelwedstrijd;
  • Najaar 2020: Symposium t.g.v. beide jubilea en bekendmaking winnaar Fotowedstrijd.

8. Het tijdschrift Woord en Gebaar

Binnen de eigen leefwereld, en vooral wanneer de Dove persoon bij de Dovencultuur hoort – Doof wordt dan met een hoofdletter geschreven – wordt het doof-zijn niet als negatief of als een handicap ervaren. Vooral voor cultureel dove mensen is het doof zijn een deel van hun identiteit. Het is hun kracht: Deaf Power. En het is de kracht van het tijdschrift Woord en Gebaar dat zij alle doven en ook de ‘buitenwereld’ laat zien dat doven hun leven leven op een voor hen eigen manier.

Met de inhoud van het tijdschrift proberen redactie en bestuur van de stichting ook horende personen en instanties te bereiken die (nog) geen relatie hebben met de dove en slechthorende gemeenschap. Dit een reële doelstelling gezien de groeiende belangstelling in de samenleving voor gebarentaal en Dovencultuur.

Woord en Gebaar snijdt onderwerpen aan en plaatst interviews met (dove, slechthorende en horende) personen die in geen enkel ander (landelijk) blad te vinden zijn. Het is een onafhankelijk medium dat laat zien hoe divers de dovengemeenschap is. Dat is de kracht van het blad.

Of je nu Doof bent of doof, slechthorend, al of niet een CI draagt of een hoorapparaat, vooral gebaart of meer spreekt; of je familie van een doof persoon bent, verzorger, docent in het speciaal onderwijs voor doven of je hebt op de reguliere school een doof kind of dove studente in je klas, of je tolk gebarentaal of schrijftolk, logopedist, audioloog, kno-arts bent, of een ander beroep hebt, een studie volgt waarbij je te maken krijgt met ‘auditief beperkten’, maar ook als je gewoon geïnteresseerd bent in gebarentaal, of de leefwereld van doven, of als je je geraakt voelt door de schoonheid van cultuuruitingen in gebarentaal, dan is W en G een blad dat je wilt lezen.

W en G blijkt genoeg jonge en nieuwe medewerkers aan te kunnen trekken. In de redactie bruist het van nieuwe ideeën en enthousiaste bijdragen. De intentie is het tijdschrift te moderniseren en toekomstbestendig maken. Het bestuur wil meer aandacht schenken aan de groep doofblinden/ernstig slechtzienden en ook dove anderstaligen willen wij meer voor het voetlicht brengen.

9. Doelstellingen tijdschrift

Te bevorderen dat ook mensen die naast doof/ernstig slechthorend een visuele beperking hebben evenals dove anderstaligen, kennis kunnen nemen van (een deel van) de inhoud van het blad Woord en Gebaar.

  • Het aanbieden vanuit diverse invalshoeken van een grote diversiteit aan (actuele, relevante) onderwerpen, trends en ontwikkelingen;
    Verschillende visies te delen en onafhankelijke en kritische journalistiek te bedrijven;
  • Het genereren van positieve energie onder andere door het stimuleren en motiveren van talentontwikkeling, o.a. van dove redactieleden om mensen te benaderen, columns en journalistieke teksten te schrijven en dove fotografen en illustratoren hun visuele talenten;
  • Dove mensen in het blad te portretteren die als rolmodel en dienen, o.a.. voor dove jongeren;
  • Teksten aan te bieden in begrijpelijke taal, in helder Nederlands;
  • Te stimuleren dat dove lezers van alle leeftijden gaan lezen over doof-zijn en Dovencultuur;
  • De dovengemeenschap op te hoogte te brengen van wat er voor hen van belang is. Dit bevordert de emancipatie van de doelgroep;
  • Dove mensen onderling van alle leeftijden met elkaar te verbinden middels een landelijk blad met een grote diversiteit aan onderwerpen die voor hen interessant zijn;
  • Te laten zien hoe divers de dovengemeenschap is, aan horenden, maar ook aan slechthorenden en aan doven zelf;
  • Horende mensen op een positieve manier kennis te laten maken met Dovencultuur. De inhoud van het blad zorgt voor zichtbaarheid en bewustwording over doven en Dovencultuur in de horende samenleving, met respect voor verschillen. Daarmee zorgt Woord en Gebaar voor verbinding tussen dove en horende mensen;
  • Te bevorderen dat ook mensen die naast doof/ernstig slechthorend een visuele beperking hebben evenals dove anderstaligen, kennis kunnen nemen van (een deel van) de inhoud van het blad Woord en Gebaar.

10. Organisatie

Rechtsvorm en termijn

Woord en Gebaar is een stichting, opgericht op 17 maart 1995 voor onbepaalde termijn.

  • Inschrijvingsnummer Kamer van Koophandel: 41187581;
  • RSIN: 8046 17 715;
  • Bankrekening: NL76INGB000267676;        Bic nr.: INGBNL2A
  • Website: www.woordengebaar.nl;

Contact/inschrijvingsadres:   Marchanthof 46,1067 MH Amsterdam;

M: 06 1089 4209 (alleen whats app/sms);  E: voorzitter@woordengebaar.nl

Huidige bestuurssamenstelling

Het bestuur van St. Woord en Gebaar doet haar werk onbezoldigd en bestaat uit vier personen:

  • Mieneke van der Jagt (voorzitter)
  • Edwin Zijdenbos (penningmeester/secretaris)
  • Gomèr Otterspeer (bestuurslid)
  • Ilse Jobse (bestuurslid)

Zowel dove, slechthorende als horende personen met kennis en ervaring hebben sinds de oprichting van Stichting Woord en Gebaar zitting in het bestuur. De voorzitter van de Stichting Woord en Gebaar is doof of (zwaar) slechthorend.

Hoofdredactie tijdschrift Woord en Gebaar:

De hoofdredactie bestaat bij voorkeur uit een of twee dove personen of doof en horend.

  • Roos Wattel en Lisa Hinderks
  • E-mail: hoofdredactieweng@gmail.com; Postbus 612, 3440 AP Woerden

BIJLAGE 1        ACTIVITEITENPLAN 2020

Stichting Woord en Gebaar en het blad Woord en Gebaar bestaat in 2020 respectievelijk 25 en 40 jaar. Het bestuur en de redactie van het tijdschrift zouden hier graag aandacht aan willen besteden zoals een extra nummer waarin wordt ingegaan op de veranderingen die het blad in de loop van deze 40 jaar heeft ondergaan, maar ook het opnieuw organiseren van een fotowedstrijd alsook een symposium zijn activiteiten waar wij het jubileumjaar luister bij willen zetten.

Het bestuur heeft de intentie om het blad Woord en Gebaar met ingang van 2020 ook geschikt te maken voor mensen met zowel een auditieve als ernstige visuele beperking.

Verder zal in 2020 worden onderzocht of er behoefte is aan en zo ja op welke wijze er eventueel een digitale versie kan worden ontwikkeld van het blad en wat daar de kosten van zijn. Maar een eerste indruk, verkregen via mondelinge benadering, geeft aan dat veel mensen het prettig vinden om een papieren versie van Woord en Gebaar te hebben, omdat dit prettiger leesbaar is, omdat je dan rustiger kunt lezen. Niet iedereen vindt het lezen van artikelen op een smartphone of tablet aangenaam want er is al zoveel online. Of heeft de beschikking over een smartphone of tablet. Een papieren versie kun je gemakkelijker zichtbaar laten zijn. Een papieren versie ligt ook vaak in de wachtruimte van een GGMD voor doven en slechthorenden.

Alle aandacht gaat nu echter in de eerste plaats uit naar het vinden van voldoende financiële mogelijkheden om het blad toekomstbestendig te maken.

Extra inkomsten – naast abonnementsgelden – zijn in 2020 noodzakelijk voor:

  • Het verhogen van het aantal abonnementen door promotionele acties onder dove, slechthorende en horende personen middels proefabonnementen, aanwezig zijn met een stand bij evenementen;
  • Herstyling en nog meer gebruiksvriendelijk maken van de website Woordengebaar.nl. Alle informatie moet voor iedereen beschikbaar zijn. Het is wenselijk dat er op de website toegankelijk wordt voor bewegende beelden zodat er ook filmpjes geplaatst kunnen worden en mensen in gebarentaal verhalen of nieuwsitems kunnen vertellen;
  • Het maken van video’s waarbij uitleg gegeven wordt in gebarentaal, zoals samenvattingen van artikelen uit in Woord en Gebaar en nieuwsitems;
  • Het toegankelijk maken van het tijdschrift Woord en Gebaar voor doven en slechthorenden met een ernstige visuele beperking;
  • Workshops aan te bieden voor dove redactieleden en talentvolle potentiele redactieleden. Scholing op het gebied van journalistieke vaardigheden zullen hen extra motiveren;
  • De honoraria voor de fotografen, redactionele medewerkers en de hoofdredactie zijn lager dan marktconform. Dit is niet wat het bestuur wil, maar de stichting beschikt over onvoldoende middelen. Met een betere financiële positie kan dit structureel worden verbeterd en kan er ook een redacteur/beheerder voor de website en sociale media worden aangetrokken;
  • Een extra dik nummer van het blad Woord en Gebaar uit te kunnen brengen in 2020 waar wordt ingegaan op de ontwikkelingen van het blad door de jaren heen;
  • Het organiseren van een fotowedstrijd vanwege het 25-jarig jubileum van Stichting Woord en Gebaar in 2020;
  • Het organiseren van een symposium ter gelegenheid van het jubileum van het tijdschrift;
  • Onderzoek naar eventuele digitalisering van het blad en mits hier duidelijk behoefte aan is en er financiële middelen gevonden zijn, te streven naar een combinatie van een papieren versie en een internetpresentatie.

Samenvattend:

  • Woord en Gebaar wil een stichting blijven zonder winstoogmerk;
  • Om de financiële positie te versterken zodat de kwaliteit en de continuïteit van het tijdschrift gewaarborgd blijft wil Stichting Woord en Gebaar:
    • De ANBI-status aanvragen en tevens een aanvraag doen voor culturele ANBI;
    • Bedrijven en organisatie benaderen die advertorials willen plaatsen;
    • Structureel fondswerving ontwikkelen;
    • Donateurs werven;
    • Zich nog meer richten op promotie ter verkrijging van meer abonnees.

BIJLAGE 2        FINANCIËN

De kwaliteit, de inhoud van het blad is goed en jaarlijks kon er een sluitende begroting worden opgesteld.

Het blad Woord en Gebaar heeft met uitzondering van de beginjaren als uitgave van de Stichting Woord en Gebaar, een financiële ondersteuning ontvangen van het Revalidatiefonds. Daarmee kon zij zichzelf vernieuwd in de markt zetten. Toen deze donatie werd beëindigd ontving de stichting alleen inkomsten vanuit abonnementen en door de verkoop van advertentieruimte, maar de markt van en voor doven en slechthorenden is niet groot. Gezocht is naar de goedkoopste productieprijzen. Daarin zit vrijwel geen rek meer in, dat zou ten koste gaan van de kwaliteit. Samenwerking met andere partners (andere organisaties die zich op de doelgroep richten) is maar tot op zekere hoogte wenselijk (vanwege de onafhankelijke status van Woord en Gebaar).

Woord en Gebaar wil een stichting blijven zonder winstoogmerk, maar moet wel over voldoende financiën kunnen beschikken om haar activiteiten te kunnen realiseren, zoals een kwalitatief goed tijdschrift te kunnen blijven aanbieden aan haar abonnees en potentiele abonnees. Het verhogen van het abonnementsgeld is geen optie omdat de voornaamste doelgroep, de dovengemeenschap, minder draagkrachtig is dan gemiddeld.

Betreffende de Nationale LeesVertelwedstrijd: De LeesVertelwedstrijd wordt financieel mogelijk gemaakt door de subsidiebijdrage van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de donaties van een groot aantal fondsen. Hiervoor wordt elk jaar een apart traject opgezet.

Ook in het geval er een fotowedstrijd en / of een symposium wordt georganiseerd zal hiervoor apart subsidie worden aangevraagd en fondsen worden benaderd.

De stichting gaat actief op zoek naar fondsen en donateurs en hoopt dat zij in aanmerking komt voor de ANBI-status. De culturele ANBI wordt gelijktijdig aangevraagd.

BIJLAGE 3        HET TIJDSCHRIFT EN OVERIGE ACTIVITEITEN VAN STICHTING WOORD EN GEBAAR

Het tijdschrift Woord en Gebaar (W en G)

Het tijdschrift Woord en Gebaar (W en G) is een belangrijk cultureel erfgoed.

Woord en Gebaar is in 1974 begonnen als een tijdschrift van de in 1974 opgerichte Stichting Nederlandse Dovenraad (sinds 1999 Dovenschap).In 1980 kreeg het blad de naam ‘Woord en Gebaar’ . Het blad was gericht op de kleine groep van vroeg-dove gebarentaalgebruikers. De Dovenraad bestond uit vertegenwoordigers van de Stichting Dovenzorg, de Kon. Nederlandse Doven Sport Bond, de Nederlandse Bond van Doofstommen Verenigingen en waarnemers van de Nederlandse Christelijke Bond van Doven.

Het laten voortbestaan van het blad Woord en Gebaar is de belangrijkste reden geweest om in 1995 de gelijknamige stichting op te richten.

De inhoud van het tijdschrift kenmerkte zich in de beginjaren vooral door kwesties rond belangenbehartiging en informatievoorziening. In de decennia daarna hebben de roerige tijden van de emancipatiestrijd van dove mensen hun weerslag gevonden in het blad. Discussies over toegankelijkheid, gelijke behandeling, speciale voorzieningen en vragen rond de toepassing van nieuwe medische technologie vulden de pagina’s.

Anno 2019 is W en G een veelzijdig, opiniërend en informatief tijdschrift over de Nederlandse en (internationale) dovengemeenschap in al haar verschijningsvormen.

Het blad W en G gaat in op allerlei vraagstukken en gebeurtenissen die betrekking hebben op het leven van dove mensen en ‘Dovencultuur’ in de breedste zin van het woord. In het blad staan verdiepende achtergrondverhalen, interviews, inspirerende columns, ontspannende artikelen en mooie foto’s. Er komen thema’s aan de orde die te maken hebben met opvoeding, onderwijs, arbeid, tolken, gebarentalen (onderzoek), de erkenning van de Nederlandse Gebarentaal, doof/blindheid, ontwikkelingsproblematiek, cultuur, dovengeschiedenis, sport, zorg, leefstijl, het leven in de horende wereld, de situatie van doven in het buitenland, de ontwikkelingen op het gebied van applicaties en social media. Ook is er een jongerenpagina, van en voor de jeugd en wordt er aandacht besteed aan oudere doven.

Stichting W en G wil op deze wijze een bijdrage leveren aan opinievorming, discussie, informatie en ontspanning vanuit de overtuiging dat de cultuur van doven en gebarentaal een rijke bron van ervaringen, mogelijkheden en cultuuruitingen bieden.

Ook het uiterlijk en de vormgeving zijn belangrijke aspecten van het blad Woord en Gebaar.

De betreffende medewerkers zijn doof of hebben veel feeling met de Dovencultuur. Fotografie en getekende illustraties zijn niet alleen ter ondersteuning van tekstuele inhoud, maar vervullen ook een zelfstandige functie. Deze beeldgerichtheid is onderdeel van de identiteit van het magazine.

Het tijdschrift Woord en Gebaar verschijnt in full colour zes keer per jaar: in februari, april, juni, augustus, oktober en december. Het blad wordt niet gesubsidieerd en is volledig afhankelijk van abonneegelden en inkomsten via advertenties in het blad.

In januari 2016 is de (horende) hoofdredacteur van vrijwel het eerste uur opgevolgd door twee jong volwassen dove vrouwen.

Een team van min of meer vaste freelance fotografen en redactionele medewerkers (doof en horend) realiseren met veel enthousiasme samen met de hoofdredactie en de vormgever elke twee maanden een prachtig en interessant tijdschrift waarin dove en slechthorende mensen en het doof-zijn centraal staat.

Het blad Woord en Gebaar heeft een belangrijke toegevoegde waarde. Het bevat artikelen over onderwerpen en interviews met (dove en horende) personen die je in geen enkel ander (landelijk) blad aantreft.

Functie blad Woord en Gebaar

Naast het informatief zijn over de eigen cultuur, de eigen taal en geschiedenis heeft het blad Woord en Gebaar nog een belangrijke functie.

De Nederlandse Gebarentaal (NGT) heeft een andere woordvolgorde en grammatica dan het geschreven Nederlands. Veel doof geboren en vroeg dove mensen die gebarentaal als eerste taal hebben (native signers), lezen weinig omdat het geschreven Nederlands voor hen niet vanzelfsprekend is. Zij hebben vaak moeite met het verwerven van taalregels en het begrijpend lezen (en bijv. ook met ‘taalgrapjes’). Mensen leren een taal door te luisteren naar wat anderen zeggen en op welke manier iets wordt gezegd. Het kost dove mensen in het algemeen daardoor meer moeite dan horende mensen om kennis en informatie te verwerven. Wie doof is geworden nadat de taalontwikkeling goed op gang was gekomen, en heeft leren spreken, heeft in het algemeen minder problemen om zich verstaanbaar te maken in de horende wereld en heeft ook minder moeite met het begrijpen van (geschreven) taal dan native signers. Vaak kunnen zij daardoor ook beter spraakafzien.

De Nederlandse maatschappij is op sommige vlakken niet aan dove mensen aangepast zoals het gebruik van moeilijke woorden en ingewikkelde lange zinnen in kranten en tijdschriften , informatie via de radio, tv-programma’s van (vooral commerciële) omroepen die niet zijn ondertiteld, theaterprogramma’s e.d., maar dat betekent niet dat het leven voor hen ophoudt. Dove mensen geven hun leven anders vorm. In het blad Woord en Gebaar wordt over werk, leven, geschiedenis, culturele uitingen, ervaringen, zorg en onderwijs van en voor dove mensen geschreven, en standpunten, opinies en columns gepresenteerd. Dit stimuleert de lezer om meer informatie over de betreffende onderwerpen op te zoeken en dit ook te lezen en/of er met anderen over te praten.

Dit neemt niet weg dat het niet altijd gemakkelijk is voor een doof persoon in de horende maatschappij. Het kost bijvoorbeeld nog vaak moeite om een baan te vinden omdat er nog veel onwetendheid heerst bij werkgevers. En uiteraard zijn er dove mensen die zich buitengesloten en eenzaam voelen en kwetsbaar. Hier besteed Woord en Gebaar eveneens aandacht aan. Ook dat is de kracht van het blad. Het is een product van een diverse dovengemeenschap.

Diversiteit

Maatschappelijke en technische ontwikkelingen hebben er mede toe bijgedragen dat het karakter van de dovengemeenschap diverser is geworden. ‘Gehoorgewijs’ zijn er naast vroeg-dove mensen, ook plotsdoven, slechthorenden, en mensen met of zonder een cochleaire implantatie (CI) die liever communiceren in gebarentaal en/of zich thuis voelen in de dovengemeenschap. En er zijn ook dove mensen die weinig tot geen gebaren gebruiken en zich goed kunnen redden met spraakafzien, en/of gebruik maken van het gesproken Nederlands met ondersteunende gebaren (NmG). Veel gebarentaalgebruikers zijn de laatste jaren tweede-taalverwervers.

Het blad Woord en Gebaar richt zich niet alleen op alle doven en slechthorenden, maar ook op horende mensen die geïnteresseerd zijn in gebarentaal, Dovencultuur en het welzijn van dove mensen.

Inclusieve maatschappij

Je kunt als dove persoon op verschillende manieren naar doofheid kijken.

Voor de een is doofheid iets waaraan hij/zij zijn of haar identiteit ontleent (en Doof met een hoofdletter schrijft), voor de ander een (al dan niet vervelende) beperking in de horende wereld. Veel doven staan open voor contacten met de horende wereld hoe moeilijk dit vaak ook is. Zij genieten van de allernieuwste innovatieve ontwikkelingen die hen zelfstandig en zelfbewust maken. Dove kinderen, jongeren, volwassenen en senioren die leergierig zijn, durven te vragen om uitleg wanneer zij iets niet begrijpen, grijpen de nieuwste applicaties aan om de wereld te verkennen en uit hun comfortzone te stappen.

Met behulp van Whatsapp, Messenger, sms, e-mail, Facebook, Twitter, LinkedIn, de diverse vertaalapps (buitenlandse taal, maar ook van spraak naar tekst en vice versa) en dergelijke, wordt wereldwijd zowel met andere doven, slechthorenden alsook met horenden contact gelegd. Via Facetime en Skype kan er ook in gebarentaal worden gecommuniceerd. Wat dat betreft kunnen ‘auditief beperkten’ volop meedoen in de maatschappij en zijn zij sinds 1992 (eerste sms) en 2009 (introductie van de eerste versie van Whatsapp) veel minder geïsoleerd. Zij kunnen ‘gewoon functioneren’ zij het dat zij dit op hun eigen manier doen.

Het niet kunnen horen wordt pas als een handicap ervaren als zij in de horende wereld geconfronteerd worden met uitsluiting – ondanks alle inmiddels beschikbaar gekomen technologieën zoals smartphone en tablet met een grote verscheidenheid aan apps -.

Omdat een gesprek, een grapje, een lezing, een musical, een discussie, een debat, een les of bijeenkomst op de reguliere school en dergelijke, niet gevolgd kan worden doordat er geen tolk aanwezig of beschikbaar is (of niet wordt toegestaan, wat helaas ook nog wel eens voorkomt). Of omdat horende mensen niet de moeite willen nemen om duidelijk te articuleren, of wanneer zij ongeduldig worden als het elkaar verstaan en begrijpen niet direct lukt. Wanneer alle mensen lachen en jij als dove niet weet waar het over gaat. Wanneer er iets wordt verteld, bijvoorbeeld op het werk of tijdens/na het sporten (een grappige anekdote, zo maar een opmerking of iets ernstig) en jij te horen krijgt: “ik vertel je het straks wel” of het verhaal aan jou wordt doorgegeven in slechts een paar woorden. Wanneer de trein opeens op een ander perron komt en dit alleen via een omroepbericht kenbaar wordt gemaakt; wanneer iedereen informatie krijgt via de auditieve weg en de dove persoon afhankelijk is van een welwillende horende persoon; wanneer je in het zorgcentrum waar je woont als enige dove oudere gezamenlijk moet eten met horende senioren. Wanneer er niet eens ondertiteling is van een dvd, film of tv-programma. Laat staan dat je kunt kiezen voor het volgen van de film of het tv programma middels de inzet van een gebarentolk.

Het maakt dove mensen kwetsbaar bij confrontaties waar – ondanks alle innovaties – het niet kunnen horen een belangrijke rol speelt: het niet gelijktijdig met horenden ontvangen van auditieve informatie (zoals bij calamiteiten), het niet op waarde worden geschat of het beoordeeld worden op wat je niet kunt in plaats van waar je wel goed in bent, waar jouw talenten liggen, het telkens weer te worden afgewezen bij het zoeken naar een baan vanwege het niet kunnen horen.

Ook dove mensen hebben het recht te mogen en te kunnen zijn wie ze zijn. Zo is Gebarentaal in Nederland nog altijd niet erkend als officiële taal, terwijl dit in de meeste Europese landen al wettelijk is geregeld.

Dove personen leven in twee werelden. Thuis vaak in de dovenwereld (zeker als het hele of een groot deel van het gezin doof is en de persoon alleen dove vrienden heeft en bijvoorbeeld actief is als vrijwilliger voor een (sport)club voor/van doven). Maar ook in de horende wereld: buiten op straat, op het werk, in de winkel, op de sportclub, het fitnesscentrum en tegenwoordig ook op school. In Woord en Gebaar nr. 1 van 2019 wordt dit mooi verwoord door Tony Bloem: “De grens tussen deze twee werelden is in de loop der jaren steeds vager geworden. Horenden leren gebarentaal en doven begrijpen horenden steeds beter omdat er tolken worden ingezet. Dove mensen worden zichtbaarder en steeds meer mensen vinden het vanzelfsprekend dat er een tolk bij komt zitten.” Tony haalt ook Ben Bahan aan, hoogleraar aan de Gallaudet Universiteit in Washington (USA). “In de mensenzee bestaan vele havens: één daarvan is de dovenwereld. Dove mensen gaan naar die haven om er met elkaar voor anker te gaan, om contact met elkaar te hebben, waar zij ook bescherming ervaren voor de woelige baren van de levenszeeën.” Maar dit is tijdelijk. “Dove mensen weten dat ze de hele mensenzee moeten bevaren om daar te kunnen halen wat ze in hun leven nodig hebben. Elke zeiler weet dat er een tijd is om voor anker te gaan in een gezellige haven in bekend gebied, waar je vriendschap en gebondenheid ervaart en waar je veilig bent voor onrustige zeeën”, aldus Tony.

Facebook, Twitter, website

De Stichting Woord en Gebaar/het tijdschrift Woord en Gebaar is actief op social media (Facebook en Twitter). Deze activiteiten worden verzorgd door de hoofdredactie van het blad W en G.

Nationale LeesVertelwedstrijd

Stichting Woord en Gebaar organiseert sinds 1998 jaarlijks de Nationale LeesVertelwedstrijd (LVW), een project voor dove en zwaar slechthorende kinderen van 10 t/m 13 jaar met een landelijke finale. De Nationale LeesVertelwedstrijd is opgezet om het lezen onder dove en zwaar slechthorende kinderen te bevorderen, te laten zien hoe talentvol kinderen met een auditieve beperking zijn en de ontwikkeling van deze talenten te stimuleren. De acht finalisten dragen op een groot podium voor 500-700 toeschouwers in de Nederlandse Gebarentaal een fragment voor uit hun favoriete boek. Ook dove kinderen die regulier onderwijs volgen kunnen deelnemen. Door het inzetten van het wedstrijdelement ervaren de kinderen het lezen niet als een verplichting maar als een spannende uitdaging.

De voordrachten van de kinderen worden gepresenteerd binnen het kader van een speciaal geschreven toneelstuk met dove acteurs. De presentator(en) van de finale en de juryleden zijn allen doof. De winnaar van de LeesVertelwedstrijd in het jaar daarvoor mag de prijzen uitreiken samen met een bekende persoon. In 2019 was Cas Wolters, bekend van ‘Heel Holland Bakt’ te gast; in 2016 was dit de bekende kinderboekenschrijver Paul van Loon.

Fotowedstrijden

Iedereen kan deelnemen aan de Woord en Gebaar fotowedstrijd, maar deze was nadrukkelijk ook bedoeld om doof fototalent te stimuleren, want:

  • Kijken dove mensen anders?
  • Maken zij daardoor hele speciale foto’s?
  • Kunnen dove mensen hun visuele kracht gebruiken om bijzonder sterke foto’s te maken?

Bij de fotowedstrijden uit het verleden kon één losse foto worden ingestuurd of één serie van bij elkaar horende foto’s.

De jury keek naar de manier waarop het onderwerp in beeld was gebracht, de inhoud, de originaliteit, de kleuren, lichtbehandeling, en compositie van de inzendingen.

Stichting Woord en Gebaar heeft tot nu toe drie fotowedstrijden georganiseerd. Het is een wens van bestuur en redactie om van de fotowedstrijd weer een vaste activiteit te maken; het is een andere manier om Woord en Gebaar te positioneren.

Debatten en symposia

Stichting Woord en Gebaar organiseert regelmatig bijeenkomsten rond een actueel thema en gericht op een breed publiek. Bij deze ‘eigen’ symposia is het nadrukkelijk de bedoeling ook publiek van buiten de gebruikelijke lezerskring aan te trekken. De symposia uit het verleden waren vaak grote projecten die veel voorbereiding (waaronder afstemming met andere organisaties) en ook eigen fondsenwerving vroegen.

Tot nu toe hebben vijf symposia plaatsgevonden (met lezingen, forumdiscussies en/of discussies met de aanwezige toehoorders in de zaal):

  • 14 juni 2006: CI en de toekomst van Dovencultuur (De Balie, Amsterdam)
    Zal doofheid verdwijnen? Wordt gebarentaal een dode taal? Zullen doven ‘oplossen’ (integreren) in de horende cultuur?, Worden doven weer ‘gehandicapten’? Of zijn er nieuwe manieren om te participeren in twee werelden?
  • 27 september 2008: DoofDivers –vele manieren om doof te zijn (De Balie, Amsterdam)
    De samenleving verandert. Doven kunnen vandaag de dag een hogere opleiding volgen dan vroeger. Ook is het veel gemakkelijker geworden om contact te leggen met andere mensen door nieuwe communicatiemiddelen. En steeds meer doven nemen een cochleair implantaat (CI);
  • 21 mei 2011: Oud en Jong: Wat bindt doven? (Cinemec, Ede Gld); in samenwerking met Centrum voor oudere doven De Gelderhorst). In de dovengemeenschap staan oud en jong dicht bij elkaar. Wat is de rol van internet en het belang van de nieuwe media, niet alleen voor de dove jeugd, maar ook voor dove ouderen?
  • Mei 2014: Deaf Gain – Discussieavond met workshops over Dovengeschiedenis, in samenwerking met de Hogeschool Utrecht;
  • 14 januari 2016: Mind the Gap (in samenwerking met het Van Abbemuseum), Eindhoven, Een debatavond met korte presentaties waarbij het publiek werd gevraagd om actief mee te discussiëren aan de hand van stellingen.

Kunst is een beeldtaal en gebarentaal is een visuele taal. Musea doen veel moeite om kunst toegankelijk te maken voor doven door speciale rondleidingen in gebarentaal.


[1] NmG is geen vervanger van de Nederlandse Gebarentaal (NGT); NmG kent niet de rijkdom en nuance van een echte taal, zoals NGT.