Dove grafische ontwerper

0
26

W&G 05-2013 De dove grafische ontwerper Maarten Blankenberg kreeg Meningitis toen hij vier maanden oud was, door het gebruik van zware medicijnen. De zenuwen in zijn oren raakten zodanig beschadigd dat hij zijn gehoor verloor. Alleen de hele lage tonen zijn voor hem hoorbaar. In de geest van de tijd, wordt hij door zijn doofzijn bij het kiezen van een beroep in een technische hoek gedreven. Later komt hij er achter dat zijn kwaliteiten meer op het creatieve vlak liggen.
Na de lagere schooltijd aan de Ammanschool in Amsterdam wordt het tijd om aan een vervolgopleiding te denken. “In mijn studietijd was het beleid dat het voor doven beter was om voor de B-beroepen en studies te kiezen. Ik bedoel daarmee studies in de richting van techniek en handwerk. Dat zou beter zijn dan de andere beroepen waar communicatie een probleem op zou kunnen leveren. Ik werd dus in de technische richting geduwd en wist toen niet beter. Ik heb eerst de MTS doorlopen en daarna nog 3 jaar Werktuigbouwkunde aan de HTS gestudeerd. Er was geen tolk en dat maakte de studies extra moeilijk. Ik benijd de dove studenten van tegenwoordig dat ze de hulp van tolken kunnen krijgen bij hun studie. Gelukkig had ik veel steun van medeleerlingen en met sommigen heb ik nog steeds contact.” Het vinden van een baan daarna was lastig: ”Ik heb dat via de normale sollicitatieprocedures gedaan en tientallen bureaus aangeschreven.” Maarten wordt aangenomen bij Ruys Handelsvereniging die frankeermachines maakt. “Daar was een studio waar de poststempels van klanten getekend of ontworpen werden. Ik werkte als tekenaar samen met een grafi – sche ontwerper. Door hem kwam ik op het idee dat ik ook ontwerper wilde worden want na verloop van tijd besefte ik dat ik vaak met creatieve dingen bezig was. Ik ontwierp bijvoorbeeld affi ches en brochures. Mijn zus wees me er op dat ik dat goed kon.” Zijn zus adviseert Maarten ook om een baan in de creatieve sector te zoeken. “Ik kon aan de slag als werktekenaar/ontwerper bij de Bussy Reclame in Amsterdam. Daar ben ik begonnen op het laagste niveau, dus niet meteen als ontwerper. Er was onzekerheid bij het reclamebureau hoe ze met een dove werknemer moesten omgaan. Ze wisten ook niet wat mijn kwaliteiten waren. Ik had al een paar tekenacademies versleten voordat ik besloot een opleiding aan de Rietveldacademie te volgen. Dat was de avondopleiding richting Grafisch Ontwerpen. Ook hier was het lastig om als dove de opleiding te volgen. Ik had één uurtje per week een tolk bij het vak kunstgeschiedenis. Bij de resterende colleges moest ik het zelf maar uitzoeken… Na een paar jaar klom ik vrij snel omhoog binnen het reclamebureau door mijn mond open te doen. In die zelfde periode won ik een ontwerpwedstrijd onder Amsterdamse ontwerpers. Met die prijs kon ik mijn directie laten zien wat ik waard was. Ik kreeg promotie en werd ontwerper.”
 
 
“Maar nblaf 5 fig 11u ben ik al meer dan 25 jaar zelfstandig ontwerper. Want werken bij een reclamebureau is voor een dove eigenlijk een ramp. Het hoge tempo is geen probleem maar uitleggen gebeurt maar één keer! En dat geeft problemen in de communicatie. Daarnaast is het eigenbelang in de reclamewereld groot. Je moet iedere dag opboksen tegen je collega’s. Ik heb toen besloten dat ik daar geen zin meer in had, en ben zelfstandig ondernemer geworden. En het rechtstreeks werken met klanten was een enorme verademing! Ik heb nu een bureau voor het ontwerpen en ontwikkelen van pr materiaal zoals websites, logo’s, brochures, folders, posters en veel meer. Ik werk daarbij samen met andere zelfstandigen. Zo ontwerp ik bijvoorbeeld voor park De Hoge Veluwe de jaarverslagen, de nieuwe website en een nieuwe folderlijn. Daarnaast werk ik ook voor SolutionS, een private GGZ instelling voor verslavingszorg en nog een aantal organisaties en stichtingen. Klanten krijg ik meestal via mond-tot-mondreclame. Toen ik met m´n eigen bedrijf startte, werkte ik 50 tot 60 uur per week. De laatste jaren doe ik het wat rustiger aan. Ik ben lid van de BNO, Beroepsvereniging Nederlandse Ontwerpers en volgens een onderzoek van de BNO uit 2002 was ik toen de enige dove zelfstandig ontwerper in Nederland en Europa. Dat is niet zo raar want het is verschrikkelijk moeilijk vanwege communicatie. Werken als ontwerper onder een baas is een stuk makkelijker maar ik kies ervoor om zelfstandig te blijven.

“In deze cisistijd kun je beter doorstuderen, werken komt later wel!”

De communicatie met klanten kan af en toe best lastig zijn maar de meeste klanten zijn geduldig en sociaal. Maar ik heb ook snelle en harde klanten gehad. In het begin had ik daar heel veel moeite mee, maar door die ervaringen kom ik er steeds beter uit. En niet vergeten: een bepaalde uitstraling is belangrijk voor een dove ontwerper om zich te kunnen bewijzen en te laten zien dat je echt goed bent. Anders lukt het niet! De laatste tijd heb ik bijvoorbeeld klanten die minder willen betalen hoewel de kosten normaal zijn. Ze denken misschien dat ik duurder ben omdat ik doof ben. Onzin! Dus ik heb gewoon volgehouden en doorgezet. Mijn visie is: Wil je mij echt, dan eis ik respect voor mijn kosten! We zijn elf jaar geleden verhuisd van Amsterdam naar Hemmen in de Betuwe. Hier heb ik de rust gevonden en ik ben blij dat ik het hectische Amsterdam achter me heb kunnen laten. Hier wil ik de komende jaren rustig afbouwen en me ook meer richten op de nieuwe business van mijn vrouw, Pauline’s Cuisine, een catering bedrijf op landgoed Hemmen. Ik houd me daarbij vooral bezig met de PR en Marketing. Voor doven die een eigen bedrijf willen starten wil ik dat van zelfstandig ontwerper afraden. Het is erg lastig om alle communicatie zelf te doen. Volgens mij kan je het beste starten met een horende compagnon en samen goed afspreken wat de taken zijn. Zorg daarnaast voor een betrouwbare vaste tolk als je harde afspraken moet maken. Je staat dan met z’n tweeën sterker. Maar m’n belangrijkste tip op dit moment is om voorlopig door te studeren. Het is in deze tijd van recessie erg lastig om een baan te vinden. Blijf dus voorlopig op school en leer door. Werken komt later wel!”
Tekst en beeld :Monte Gardenier